Skip to main content

Kinderen in een moeilijke thuissituatie

De jeugdbeweging is voor veel kinderen en jongeren een plek waar ze zich goed voelen. Een omgeving waar ze kunnen ontspannen, plezier maken en zichzelf zijn. Tegelijk is het ook een plek waar ze soms signalen tonen dat het thuis minder goed gaat. 

De jeugdbeweging is voor veel kinderen en jongeren een plek waar ze zich goed voelen. Een omgeving waar ze kunnen ontspannen, plezier maken en zichzelf zijn. Tegelijk is het ook een plek waar ze soms signalen tonen dat het thuis minder goed gaat. 

Als voorbeeld doorheen deze uitleg gebruiken we een fictieve situatie met een lid. Stel, je merkt dat dit lid de laatste weken veranderd is. Ze is stiller en doet minder enthousiast mee. Je ziet af en toe blauwe plekken op haar armen. In het begin denk je er niet veel van, maar na een tijdje krijg je toch het gevoel: “Hier klopt iets niet.” 

Dat gevoel is belangrijk. Als leiding bouw je een band op met je leden, waardoor je veranderingen sneller kan opmerken. Net dat maakt dat jij een belangrijke rol kan spelen, ook al ben je geen hulpverlener. 

Signalen herkennen

Bij het lid vallen verschillende kleine dingen op. Op zich lijkt elk signaal misschien onschuldig, maar samen vormen ze een patroon waar je je zorgen over kan maken. 

Mogelijke signalen zijn: 

  • Een lid dat regelmatig blauwe plekken of verwondingen heeft. 
  • Een lid dat zich plots teruggetrokken of stiller gedraagt. 
  • Een lid dat angstig of onzeker reageert.  
  • Een lid dat komt vertellen dat die het thuis niet leuk vindt.  
  • Een lid dat zonder gepaste kledij of materiaal naar je activiteit komt.  
  • Een lid dat herhaaldelijk te laat wordt opgehaald op de KLJ. 
  • Een lid dat vaak moeilijk gedrag stelt tijdens activiteiten. 
  • Een lid met onvoldoende persoonlijke hygiëne (bv. regelmatig luizen, lichaamsgeur, ongekamd haar …).  

Het is belangrijk om niet meteen conclusies te trekken. Eén signaal betekent niet automatisch dat er iets ernstig aan de hand is. Waar je vooral op moet letten, is verandering. Jij kent je leden en merkt wanneer gedrag afwijkt van wat normaal is voor hen. In België krijgt ongeveer een op de acht kinderen te maken met een vorm van mishandeling of verwaarlozing. Dat maakt dat de kans reëel is dat je hier als leiding ooit mee geconfronteerd wordt. 

Wat kan ik als leiding doen?

Wanneer het lid iets vertelt, of wanneer je bezorgd bent, is het belangrijk om te beseffen dat je het probleem niet moet oplossen. Jouw rol bestaat uit luisteren, signaleren en doorverwijzen. 

Probeer, indien mogelijk, een rustig moment te zoeken om met het lid te praten. Dit hoeft geen zwaar gesprek te zijn. Soms kan een eenvoudige vraag al voldoende zijn om een gesprek op gang te brengen. 

Tijdens zo’n gesprek is je houding cruciaal: 

  • Zoek een rustige context waarin je gemakkelijk en veilig in gesprek kan gaan. 
  • Blijf rustig en neem je tijd. 
  • Luister zonder te oordelen of te onderbreken. 
  • Ga op ooghoogte zitten en liefst naast de persoon, dit maakt dat je minder bedreigend overkomt. 
  • Stel open vragen en laat ruimte voor stilte. 
  • Toon dat je hem/haar/hun serieus neemt. 
  • Probeer de antwoorden regelmatig te herhalen om te weten of je het wel goed begrijpt. 

Wat je zegt kan een groot verschil maken. Uitspraken zoals “Ik ben blij dat je dit vertelt” of “Je hoeft hier niet alleen mee te zitten” geven erkenning en veiligheid. Tegelijk is het belangrijk om geen geheimhouding te beloven. Maak dus geen beloftes die je niet kan waarmaken. Je kan wel aangeven dat je samen zal kijken wie kan helpen.

Wat als het lid niets wil vertellen?

Het kan gebeuren dat je je zorgen maakt, maar dat het lid zelf niets wil of durft te zeggen. Dat kan frustrerend zijn, maar het is belangrijk om dit te respecteren. Dwing haar niet om te praten. Vertrouwen heeft tijd nodig.  

Wat je wel kan doen, is tonen dat je beschikbaar bent. Door kleine signalen te geven en af en toe een check-in te doen (“Hoe gaat het met je?”), laat je zien dat ze niet alleen is. Blijf haar ondertussen observeren en wees alert voor verdere signalen. Soms komt een gesprek pas op gang wanneer een kind zich echt veilig voelt.

Blijf er niet (alleen) mee zitten

Na een gesprek of wanneer je signalen opvangt, is het normaal dat je met vragen of twijfels blijft zitten. Het is belangrijk dat je dit niet alleen draagt.  

Bespreek je bezorgdheden met iemand binnen de leidingsploeg, zoals medeleiding/hoofdleiding/volwassen begeleider/kookouder … Door samen te kijken naar de situatie, krijg je meer duidelijkheid en kan je beter inschatten wat nodig is. Let op met deze gevoelige informatie zomaar met iedereen te delen, licht alleen mensen in die op de hoogte moeten zijn of van wie je hulp nodig hebt. 

Het kan ook helpen om kort te noteren wat je hebt gezien of gehoord. Dit helpt om overzicht te bewaren en zorgt ervoor dat informatie niet verloren gaat. Probeer dit zo objectief mogelijk te doen - door te beschrijven wat er concreet gebeurde of gezegd werd - zonder interpretaties toe te voegen.

Een concreet stappenplan

Wanneer je twijfelt over wat je moet doen, kan het helpen om het proces stap voor stap te bekijken: 

  1. Signalen opmerken. 
  2. Indien mogelijk: een gesprek aangaan en luisteren. 
  3. Noteren wat je ziet en hoort. 
  4. Overleggen met je medeleiding/hoofdleiding/volwassen begeleider/kookouder ... 
  5. Hulp inschakelen en advies vragen (bv. bij KLJ Nationaal).
  6. Samen beslissen over eventuele verdere stappen. 

Dit stappenplan helpt om gestructureerd te handelen en voorkomt dat je overhaaste beslissingen neemt. 

Waar kan je terecht?

Als je je zorgen blijft maken over het lid, kan je beroep doen op professionele organisaties. Zij kunnen je helpen om de situatie beter in te schatten en samen te kijken naar mogelijke stappen. Op de website van KIMIWA vind je nog meer info over dit thema en je basiskrachten als leiding. Op basis daarvan kan je contact opnemen met: 

Je hoeft niet zeker te zijn om contact op te nemen. Twijfel is al voldoende om advies te vragen. KLJ Nationaal staat altijd ter beschikking om je vragen te beantwoorden, advies te geven of je te begeleiden doorheen dit proces. In situaties waarin een kind acuut onveilig is, contacteer je best meteen de hulpdiensten via 112. 

Jouw rol als leiding

Ga niet meteen zelf het gesprek aan met de ouders van het lid zonder eerst te overleggen. Je hebt mogelijk niet alle informatie en een verkeerd aangepakte confrontatie kan de situatie verergeren of het vertrouwen van je lid schaden. 

Als leiding ben je verantwoordelijk voor het correct signaleren en doorverwijzen van het lid naar de juiste hulpverleningsorganisatie. Jouw taak als leiding is om ervoor te zorgen dat het lid een veilige plaats heeft op de KLJ om een fijne vrijetijdsbesteding te hebben. Er worden dus geen verdere stappen van leiding verwacht. Als leiding ben je namelijk geen hulpverlener of rechter.

Wat zegt de wetgeving?

Als leiding heb je een verantwoordelijkheid om te handelen (bv. signaleren en doorverwijzen) wanneer een kind mogelijk in gevaar is. In situaties waar de veiligheid van het lid in het gedrang komt, mag je informatie delen om haar te beschermen. Privacy blijft belangrijk, maar is niet absoluut. De veiligheid en het welzijn van het kind staan altijd voorop. 

Aanpak binnen de werking

De situatie van het lid toont hoe belangrijk het is dat je als organisatie voorbereid bent op zulke situaties. Wanneer er duidelijke afspraken zijn, voelt leiding zich zekerder en wordt er sneller en correct gehandeld. 

Denk bijvoorbeeld aan: 

  • Een duidelijk aanspreekpunt of vertrouwenspersoon. 
  • Afspraken over hoe om te gaan met signalen >> Voor opstellen van goede afspraken kan je teruggrijpen naar het integriteitsbeleid van KLJ. 
  • Regelmatige bespreking van dit thema binnen de leiding. 
  • Zichtbare informatie (bv. in het lokaal) over hulplijnen en ondersteuning. 

Door hier bewust mee bezig te zijn, creëer je een veilige omgeving voor zowel leden als leiding. 

Vergeet jezelf niet

Situaties zoals die van dit lid kunnen je raken. Het is normaal dat je hierover blijft nadenken of dat het emotioneel binnenkomt. Het is belangrijk om hier aandacht voor te hebben. Praat erover met anderen, deel je twijfels en zoek steun wanneer je dat nodig hebt. Je hoeft dit niet alleen te dragen. Geef ook je eigen grenzen aan en schakel hulp in van anderen wanneer het voor jou te veel wordt.