Skip to main content

Speluitleg geven

Onthoud ‘DE MAFTE’ als je een speluitleg geeft: duidelijk, één spelleider, materiaal, animatie, fair play, terrein en eindsignaal.

Onthoud ‘DE MAFTE’ als je een speluitleg geeft: duidelijk, één spelleider, materiaal, animatie, fair play, terrein en eindsignaal.

D: Duidelijkheid

  • Zorg dat je de regels zelf goed kent.

  • Bespreek de regels met de andere begeleiders.

  • Bouw de speluitleg systematisch op.

  • Ondersteun de uitleg visueel: iemand laten voordoen, tekening maken, in opstelling gaan staan …

  • Hou de uitleg kort.

  • Gebruik geen te moeilijke taal.

  • Zorg ervoor dat iedereen je goed kan zien.

  • Schakel afleiders uit bv. een radio, een andere groep die te dichtbij speelt, een drukke baan


Pas de spelregels aan aan de leden, zodat iedereen kan meespelen. Sommige leden kunnen meer moeite hebben om een spel te begrijpen. Hou zeker rekening met deze leden, maar focus je tijdens de speluitleg niet enkel op hen. Zeker kinderen met een beperking, of die wat anders zijn, houden niet van betutteling. Meer tips over KLJ voor iedereen vind je hier.

E: Eén spelleider

De spelleider houdt zich steeds bezig met de groep, de medeleider kan zich op individuen richten.

  • Eén spelleider zorgt voor de uitleg en het aanzwengelen van het spel. Eén spelleider geeft het gevoel van zekerheid en dus veiligheid.

  • De rol van de medeleider is dan om mee te animeren, bepaalde andere rollen te spelen die nodig zijn in het thema en mogelijke problemen op te lossen.

M: Materiaal

  • Zorg dat al het materiaal aanwezig is.

  • Let erop dat er niet mee wordt geknoeid en zorg ervoor dat de leden er niet mee bezig zijn als dat nog niet mag.

  • Zorg ook voor een eventuele opruim achteraf, liefst verwerkt in het spel.

A: Animatie

Een goede inkleding verzekert dat je activiteit succes zal hebben en vergroot de slaagkans van je activiteit.

  • Zorg voor een leuke inkleding van het spel dat de leden aanspreekt.  

  • Zorg ervoor dat je de leden constant enthousiasmeert gedurende de volledige activiteit.

F: Fair play

Duidelijke regels waar de leden zich aan moeten houden zijn belangrijk.  Maar:

  • bekijk de regels met gezond verstand. Dikwijls is het leuk en ongevaarlijk als de leden een beetje kunnen vals spelen.  Zolang de activiteit er niet onder lijdt, hoeft dat geen probleem te zijn.

  • let erop dat niet steeds dezelfde kinderen of jongeren verliezen en benadruk de verdiensten van de verliezers.

T: Terrein

  • Speel je spelen steeds op een geschikt en veilig terrein.

  • Zorg ervoor dat het terrein goed en duidelijk afgebakend is. Maak dit bijvoorbeeld visueel duidelijk door vlaggetjes te hangen.

E: Eindsignaal

Het eindsignaal is belangrijk voor een spel, zeker als het zich op een groter terrein afspeelt. Spreek duidelijk vooraf af wat het eindsignaal zal zijn.

Lukt ‘t niet?

Durf een spel af te ronden of bij te sturen, wanneer het misloopt. Helemaal niet erg. Bij iedereen wordt wel eens een uitleg niet begrepen, of zijn er storende of onverwachte factoren, of blijkt een zelfverzonnen spel niet leuk ...

Site by Wieni