Skip to main content

Uit de oude doos: Ludo De Nocker schreef 36 jaar geleden het KLJ-lied

Nationaal

14 september 2022

“K-L-Jeeeheeehee is gezond, stralende ogen en een lachende mond. Katholieke Landelijke Jeugd, dat zijn wij en zo willen we blijven.” Elke KLJ’er kan dit refrein ongetwijfeld meezingen. Het KLJ-lied gaat dan ook al een tijdje mee, want Ludo De Nocker (56) schreef het in 1986. “Ik ben vereerd dat het na al die jaren nog steeds gebruikt wordt.”

In de zomer van 1986 was Ludo De Nocker leiding bij KLJ Kruibeke toen tijdens een vergadering een KLJ-medewerkster langskwam. Ze vertelde dat KLJ een liedjeswedstrijd had uitgeschreven, want er bestond nog geen echt KLJ-lied. Alle regio’s hadden al iets ingestuurd, behalve Oost-Vlaanderen, dus vroeg ze of de Kruibekenaren iemand kenden die zo’n liedje kon maken. “Mijn mede-KLJ’ers wezen meteen naar mij”, zegt Ludo. “Ik speelde al sinds mijn kindertijd gitaar en zong liedjes bij het kampvuur. Ik zag dat wel zitten, maar ik had nog amper een drietal weken de tijd om het lied in te dienen.”

[Lees verder onder de foto.]

Ludo De Nocker KLJ-lied

Nachtwerk

Geen tijd te verliezen dus, dacht Ludo, en diezelfde avond nog sloeg hij aan het schrijven. “Rond 23 uur was de vergadering gedaan en ging ik naar huis. Onderweg was ik al volop aan het nadenken en thuis werkte ik door tot 4 uur. Hoe moest een KLJ-lied klinken? Als een soort strijdlied, vond ik. En het is altijd leuk als het publiek iets kan doen met zijn handen. De handenklap en vingerknip had ik dus snel gevonden. Hoe lang moest zo’n lied zijn? Een lied heeft vaak drie strofes, net het aantal letters in KLJ. Maar ik draaide de volgorde van die letters om. De jeugd kwam dan in de eerste strofe, want daar begint het in een jeugdbeweging ook mee. De laatste strofe ging over geloof en mocht wat filosofisch worden: we geloven in vriendschap en verbondenheid. Een mooie boodschap om ‘het verhaal’ mee af te ronden.”

Ludo had de melodie en de tekst al bijna klaar toen hij ging slapen. Alleen de strofe over de letter K en de gitaarakkoorden moest hij nog bedenken. Om het gedane werk zeker niet te vergeten, besloot hij de voorlopige versie nog gauw op te nemen. “We hadden toen geen smartphones, maar ik had wel een radiocassetterecordertje – ik heb dat trouwens nog altijd én het werkt nog. Daar ging ik dus mee aan de slag voor ik ging slapen. In de week daarna werkte ik tussendoor wat verder aan het lied, tot het uiteindelijk klaar was. Ik vond dat mijn eindversie kwalitatief moest worden opgenomen. Iets verderop, in Bazel, woonde iemand met een opnamestudio in zijn schuur. Daar mocht ik mijn liedje opnemen en die cassette heb ik uiteindelijk ingediend bij de KLJ.”

[Lees verder onder de foto.]

Ludo De Nocker KLJ-lied

Publiekslieveling

Eind november vond de Nationale Raad plaats, het jaarlijks KLJ-parlement. KLJ’ers uit heel Vlaanderen nemen er belangrijke beslissingen. Ook het KLJ-lied stond op de agenda en alle inzendingen werden live gespeeld door de liedjesmakers. “De KLJ-medewerkster zei me vooraf dat mijn lied goed onthaald was door iedereen die de cassette beluisterd had, maar ik was nog niet zeker van de winst”, zegt Ludo. “Er was nóg een liedje dat een goede kans maakte. Uiteindelijk werd dat van mij toch verkozen door het publiek.”

De cassette die in Bazel was opgenomen werd een tijdlang gebruikt, maar in 1990 werd het lied definitief opgenomen in een professionele studio. “Er waren enkele KLJ’ers bij om als koor mee te zingen in het refrein en voor de tweede gitaar. Ik weet jammer genoeg niet meer wie zij waren. Als je erbij was, laat dan zeker iets weten aan de Hélaba-redactie”, vraagt Ludo. “Wist je trouwens dat er een foutje in de definitieve opname staat? In elk refrein, na ‘K-L-Jeeeheeehee’, komen drie handenklappen en een vingerknip. In het eerste refrein zijn dat per ongeluk slechts twee handenklappen in plaats van drie. Dat foutje is altijd gebleven en hoor je nu nog.”

[Lees verder onder de foto.]

Ludo De Nocker KLJ-lied

Tot bij de paus

De voorbije jaren heeft Ludo het KLJ-lied nog enkele keren live gespeeld voor een KLJ-publiek. “Ik heb opgetreden op het feest voor het 75-jarig bestaan van KLJ, tijdens ouderavonden van KLJ-Kruibeke, op verschillende sportfeesten en op een tweetal Landjuwelen (het tweejaarlijks nationaal sportfeest, red.). Dat vind ik wel fijn. En een grote eer dat zelfs de huidige paus mijn KLJ-lied al gehoord heeft. In 2018 ging een groep KLJ’ers op K-reis naar Rome en Vaticaanstad. Daar zongen ze luidkeels het KLJ-lied. Dat trok de aandacht van de paus, waardoor de KLJ’ers kort met hem mochten spreken en een groepsfoto maken. Ik kreeg die dag een berichtje van mijn broer. Hij zei dat ik naar tv moest kijken. De zingende KLJ’ers en de paus hadden het nieuws gehaald.”

Dat het KLJ-lied na 36 jaar nog steeds gezongen wordt, vindt Ludo heel straf en bijzonder, maar ook wel begrijpelijk. “Ik hoor het zelf nog altijd graag, want het blijft een fris lied. Iemand vertelde me eens dat KLJ er ooit aan heeft gedacht om een nieuw lied te maken, maar uiteindelijk bleven ze toch bij het mijne. Er is ook weleens een herwerkte versie gemaakt, maar die werd niet zo lang gebruikt. Ik ben dus enorm trots dat mijn lied het enige echte KLJ-lied is.”

 

Tekst & foto: Jonas Smeulders

Jouw verhaal in de Hélaba?

Ben jij ook altijd onder de indruk van die verhalen die we in de Hélaba neerpennen? En denk jij bij het lezen aan een straf verhaal dat je graag met alle KLJ’ers deelt? Laat het ons weten!

Deel je verhaal