Skip to main content

Stratego-zeepquiztenrace #coronaproof

een spel van
een spel van

Over het spel

  • ongeveer 4 uur
  • 10 tot 150 spelers, 6 tot 35 jaar
  • buiten (bos/veld)

Benodigdheden

BUBBEL A - Sjaaltje voor elk lid - Minstens 50 ballonnen - 60 gele, 60 blauwe en 60 rode levenskaartjes OF 60 gele, 60 blauwe en 60 rode bosstrategokaartjes - Minstens 1 GSM/walkie talkie om te communiceren met de andere bubbels BUBBEL B - (3 wielbasissen om zeepkisten van te maken) - Knutselgerief: karton, verf, touw, plakband, scharen, stokken, stiften, poolnoodles, stickers … - Een zeepkistenshop waar dit materiaal ‘verkocht’ wordt - Speelgoedgeld (niet hetzelfde als dat van bubbel C) - 3 doeken (wit of geel, blauw en rood) - Minstens 50 waterballonnen - Een parcours om de finale te racen - Minstens 1 GSM/walkie talkie om te communiceren met de andere bubbels BUBBEL C - 3 tafels + stoelen voor de teams - Het materiaal dat je voor de rondes uit jouw quiz nodig hebt - Speelgoedgeld (niet hetzelfde als dat van bubbel C) - Minstens 1 GSM/walkie talkie om te communiceren met de andere bubbels

Uitleg

1. Groepsindeling

Dit spel is uitgewerkt voor een grotere groep, waarbij meerdere bubbels op kamp zijn. Natuurlijk kan je het spel ook aanpassen zodat je het met één bubbel kan spelen. Voor het spel met 2 bubbels, bestaat bubbel A uit de jongere leden en bubbel B uit oudere leden. Hier spelen de oudere leden 2 rondes: zowel die van bubbel B als die van bubbel C. Voor het spel met 3 bubbels, bestaat bubbel A uit de jongste leden, B de middelste en C de oudste leden. Ook met een kleinere groep kan je dit spel spelen. Je speelt dan de drie onderdelen na mekaar en kan hier dus een hele dag mee vullen. Je speelt eerst het spel van bubbel A, dan het spel van bubbel C en sluit af met het spel van bubbel B.

Deel elke bubbel op in 3 teams: zo heb je in bubbel A leden van team rood, team geel en team blauw, in bubbel B zitten leden van team rood, team geel en team blauw en ook in bubbel C zitten leden van team rood, team geel en team blauw. De verschillende teams strijden per kleur samen om de overwinning.

Elke bubbel wordt verdeeld in 3 teams die over de bubbelgrenzen heen samen voor de overwinning strijden. Elk team uit elke bubbel volbrengt een onmisbaar onderdeel van het spel. De bubbels zijn onderling afhankelijk maar mogen in geen geval rechtstreeks contact hebben met mekaar.

2. Speluitleg

BUBBEL A (jongste leden) – Bosstratego

De jongste leden spelen (een vereenvoudigde versie van) bosstratego. Per team wordt er een kamp gebouwd. In elk kamp worden er 10 ballonnen in de kleur van het eigen team verstopt. Op het fluitsignaal gaan de leden op zoek naar de andere kampen om er ballonnen te gaan zoeken. Een lid mag enkel uit het kamp als het een sjaaltje achteraan in de broek heeft steken én als het een levenskaartje in de eigen kleur mee heeft. Als een lid uit een ander team het sjaaltje uit de broek kan trekken, moet het verliezende lid zijn/haar levenskaartje afgeven en een nieuw kaartje halen in het eigen kamp. De winnaar brengt het gewonnen kaartje ook meteen naar het kamp. Als een lid in het kamp van een andere groep geraakt, mag het daar 15” zoeken naar een ballon. Als er een ballon gevonden is, wordt deze terug naar het eigen kamp gebracht. Onderweg kan het lid niet aangevallen worden door andere spelers, een ballon is het beste schild dat je kan hebben! Naast ballonnen is het ook heel belangrijk om levenskaartjes van de andere teams te verzamelen. De leden van hetzelfde team in de andere bubbels hebben zowel de ballonnen als de levenskaartjes nodig om hun spel te kunnen spelen. Om het halfuur stuurt de leiding per team door via WhatsApp naar de leiding van de teams van bubbel C hoeveel levenskaartjes er gewonnen werden. Om het spel extra levendig te maken, kan de leiding tijdens het spel ook nog extra ballonnen verstoppen in het bos. Een gevonden ballon wordt ook terug naar het eigen kamp gebracht en is dus een gewonnen ballon. Wil je een extra uitdaging? Gebruik dan kaartjes met de verschillende rangen van stratego in plaats van gewone levenskaartjes. Hoe hoger de rang op het gewonnen kaartje, hoe meer geld je teamgenoten uit bubbel C hiervoor in de plaats krijgen!

BUBBEL B (middelste leden) – Zeepkistenrace

De leden uit bubbel B spelen uiteindelijk de grote finale van het spel. Zij krijgen 3u de tijd om te bouwen aan een zeepkist die hun team uiteindelijk tot de winnaars van het spel kan maken. Bij het begin van het spel krijgt elk team een doek en verf om een vlag mee te maken. Naarmate het spel vordert en ze meer en meer geld krijgen vanuit bubbel C, kunnen ze in de zeepkistenshop materiaal kopen om een zeepkist mee te bouwen. Het is dus belangrijk dat ze voldoende geld krijgen van hun teamgenoten zodat ze genoeg materiaal kunnen kopen in de zeekpistenshop. Als bubbel A en bubbel C klaar zijn met hun spel, worden zij toeschouwers die, elk aan een kant van het terrein en vanop voldoende afstand, hun team naar de overwinning kunnen supporteren.

De ballonnen die bubbel A wint, worden waterballonnen voor bubbel B. Als team geel dus 7 ballonnen verzameld heeft, starten ze de race met 7 waterballonnen aan in hun zeepkist. Ze kunnen deze ballonnen tijdens de race gebruiken om de andere teams af te remmen. Als je niet genoeg wielbasissen hebt om een eerlijke zeepkistenrace te houden, kan je ook een Flinstone-race houden. Hierbij gebruiken de verschillende teams gewoon hun benen om met hun zeepkist rond zich zo snel mogelijk een parcours af te leggen.

BUBBEL C (oudste leden) – Quiz

De leden uit bubbel C spelen een quiz. In de eerste ronde valt er geld te rapen zonder dat ze hiervoor iets moeten inzetten. Het geld dat ze verdiend hebben, kunnen ze doorgeven aan de leden uit bubbel B die dit nodig hebben om materiaal te kopen in de zeepkistenshop zodat ze de snelste en mooiste zeepkist kunnen bouwen.

Vanaf de tweede ronde gebruiken de teams de levenskaartjes van hun teamgenoten uit bubbel A om in te zetten.  gaan quizzen met de levenskaartjes die de leden uit hun team in bubbel A gewonnen hebben. Als bubbel A enkel met levenskaartjes speelt, plak je een vast bedrag op een levenskaartje. Hoe meer kaartjes je teamgenoten uit bubbel A dus verzamelden, hoe meer geld jullie kunnen inzetten in de quiz (of rechtstreeks doorgeven aan je teamgenoten uit bubbel B). Als bubbel A met strategorangen speelt, krijg je meer of minder geld naargelang de waarde van de gewonnen kaartjes.

Voor elke ronde krijgen de teams de kans om een bondgenootschap te sluiten met een ander team. Zonder overleg tussen de verschillende teams schrijft elk team een ander team op. Hebben twee teams elkaar opgeschreven, dan vormen die voor de volgende ronde een bondgenootschap. Dat wordt aangeduid met een vlaggetje op de tafel. De puntentelling gaat dan als volgt:

  • Heb je geen bondgenootschap, dan krijg je bij een goed antwoord je inzet + het bedrag van je eigen inzet terug.
  • Heb je een bondgenootschap en zowel jij als je bondgenoot antwoorden juist, dan krijgen jullie allebei je eigen inzet + het dubbele van je inzet terug.
  • Heb je een bondgenootschap, heeft jouw team het antwoord juist en je bondgenoot niet, dan krijg je het bedrag van je eigen inzet + je eigen inzet terug.
  • Heb je een bondgenootschap, heeft je bondgenoot het antwoord juist en jij niet, dan krijg je je eigen inzet terug.
  • Heb je een bondgenootschap en hebben zowel jij als je bondgenoot het antwoord fout, krijg je niks en ben je je inzet kwijt.
  • Heb je geen bondgenootschap en heb je het antwoord fout, ben je ook je inzet kwijt en krijg je niks.

Voorzie 6 quizrondes die samen ongeveer 3u duren. Probeer wat variatie in de verschillende rondes te steken: stel vragen over je KLJ, je leidingsploeg, leuke weetjes, een stop-de-band-ronde, een doe-ronde … zodat iedereen aan bod komt.

Om het halfuur communiceert de leiding met de leiding uit bubbel A om te laten weten hoeveel levenskaartjes en welk bedrag de teams uit bubbel C kunnen gebruiken. Stem je quiz hierop af zodat je leden tactisch hun geld kunnen inzetten in de verschillende rondes. Na elke ronde krijgen ze de mogelijkheid om geld door te storten aan hun teamgenoten uit bubbel B zodat zij verder kunnen gaan bouwen.

FINALE

Er is een parcours opgesteld dat de leden uit bubbel B zo snel mogelijk moeten afleggen met hun zeepkist. Aan de ene kant van het terrein staan hun teamgenoten uit bubbel A te supporteren, aan de andere kant de teamgenoten uit bubbel C. Zorg voor voldoende afstand tussen de supporters en de racers. De racers vertrekken allemaal tegelijk en leggen zo snel mogelijk een aantal rondes op het parcours af. Je bepaalt zelf of dezelfde racers meerdere rondes mogen afleggen, of dat bijvoorbeeld uit elk team minstens 5 verschillende racers moeten racen. Onderweg mogen ze de waterballonnen die hun teamgenoten uit bubbel A gevonden hebben naar hun tegenstanders gooien in de hoop hen af te remmen. Naast de prijs om de snelste racer, kan je ook een prijs uitdelen aan de mooiste zeepkist of de sportiefste ploeg.