Skip to main content
een spel van

Over het spel

  • ongeveer 2 uur
  • 8 tot 40 spelers, 14 tot 99 jaar
  • buiten (plein)

Benodigdheden

Box of radio, vuurschaal, 1 aanmaakblokje per persoon, lucifers, hout, aansteker, stro, krantenpapier, karton, pen en papier, affiches, 2 tennisrackets, 2 bekers van dezelfde grootte, 2 emmers met water (+ 2 voor in geval van nood), 2 lege emmers, 5 kegels, 1 lang touw dat kan worden doorgebrand, 10 theelichtjes, 10 opvulbare spuitjes, touwtrektouw Spelverloop

Uitleg

Vuur. De mens is er al duizenden jaren door gefascineerd. Onze voorouders, de oermensen, hebben het zelfs leren beheersen. Maar hoeveel ‘oermens’ zit er nog in jou en hoe goed kan jij overweg met vuur? In dit spel testen we het uit en maken we een vuurtje met verschillende materialen.

Spelvoorbereiding

Zet al het materiaal klaar op het plein. Span vervolgens een touw tussen twee stoelen of palen, ongeveer 1 meter boven de grond. Zet ook enkele emmers gevuld met water klaar. Die dienen voor de veiligheid, want je speelt met vuur.

Spelverloop

Speluitleg

Op het terrein staan twee stoelen of palen met daartussen een touw gespannen. Dat touwtje moet aan het einde van de activiteit doorgebrand worden. Je leden worden ingedeeld in twee groepen. Ze kunnen aan de hand van verschillende opdrachten materiaal verzamelen waarmee ze een vlam kunnen maken. Enkele voorwerpen helpen al wat beter bij het maken van vuur dan de andere. Na elk spel mag de winnende groep eerst materiaal kiezen. De verliezers krijgen de overschot. Een half uur voor het einde van de activiteit mag er een poging ondernomen worden om het touwtje door te branden.

Rode draad

Doorheen het spel is er ook een rode draad. Als de leiding driemaal op een fluitje blaast, dan moeten alle leden zo snel mogelijk onder het gespannen touw kruipen. Het team van de laatste persoon die onder het touw kruipt moet iets van het gewonnen materiaal terug afgeven.

Groepsindeling

Vuur gaat alle kanten op! Bij deze groepsindeling zullen ook de leden alle kanten op gaan.

Er is een lijn getekend. De leden staan op de lijn. Ze draaien allemaal rond hun as met een vinger op de grond. Op een afgesproken signaal stoppen ze met draaien. De deelnemers die links van de lijn 'vallen', vormen een groep. De deelnemers die 'rechts' van de lijn 'vallen', vormen ook een groep.

Opdrachten

Als de groepen verdeeld zijn, begin je aan de opdrachten. Na elke opdracht mag het winnende team een voorwerp kiezen. Het verliezende team krijgt het andere voorwerp.

‘Back to basics’-quiz                        

Te winnen: krantenpapier of karton

De groepen staan elk aan een kegel, even ver van de begeleider. De begeleider stelt hen een vraag die iets te maken heeft met het verleden. Als je leden het antwoord weten, schrijven ze dit op een blad. Vervolgens maken ze een vliegtuigje van het blad. De groepen mogen elk maar 1 vlieger gooien. De groep die de vlieger met het juiste antwoord als eerste voorbij de leiding gooit, behaalt 1 punt. Stel dat de vlieger over de lijn komt, maar het antwoord fout is, dan mag er een nieuwe vlieger gevouwen worden met een ander antwoord. De groep die na 10 vragen de meeste juiste antwoorden heeft, mag als eerste materiaal kiezen.

  1. Wat zijn de namen van de 4 teletubbies? (Dipsy, Laa-laa, Tinky Winky en Po)
  2. In welk jaar werd Samson & Gert voor het eerst uitgezonden? (1990)
  3. Stel dat je over, over-over-over-over-overgrootmoeder 250 jaar geleden geboren is, in welke eeuw was dat dan? (18de eeuw)
  4. In welk jaar werd Facebook opgericht? (2004)
  5. Tot en met 1965 had KLJ een andere naam. Welke? (BJB)
  6. Jullie horen hier het liedje (Laat de zon in je hart). Van welke bekende schlagerzanger is het? Tip: hij is nog lid geweest van de KLJ. (Willy Sommers)
  7. Stel dat deze activiteit slecht afloopt en we hebben een brandweer nodig, welk nummer bel je dan? (112)
  8. Vroeger en in het dialect gebruikte men altijd het woord ‘kodak’, maar wat betekent dit woord? (Camera)
  9. Wie van de aanwezige leiding is de ancien van de groep?
  10. België deed het vorig jaar enorm goed op het WK en verbrak zo zijn eigen record. Het vorige record dateert uit 1986. In welke land vond het WK toen plaats? (Mexico)

Water overdragen                                                    

Te winnen: vuurschaal of aanmaakblokjes

Geef de groepen een tennisracket in hun hand en een gevulde emmer water. Zet aan de overkant van het terrein ook een lege emmer water. De bedoeling is dat de leden één voor één een bekertje vullen met water en deze beker op hun tennisracket plaatsen. Dan leggen ze een parcours af tot aan de emmer aan de overkant, waar ze hun beker legen en dan teruglopen. Daarna is het aan de volgende. Welke groep heeft als eerste zijn emmer leeg?

Vuurmannetjes en water

Te winnen: hout of stro

Het ene team staat verspreid over het veld en het andere team staat aan de lijn. 1 iemand van het team aan de lijn probeert het veld over te steken, dit is het vuurmannetje. In het veld staan allemaal watermannetjes die het vuurmannetje willen vastnemen. Als het watermannetje het vuurmannetje vastneemt, moet hij die het hele spel proberen bij te houden. Zo kan het vuur niet ontsnappen en verder overlopen. Eenmaal het vuurmannetje gepakt is of is overgelopen, mag het volgende vuurmannetje vertrekken. Als vuurteam is het dus de bedoeling om zoveel mogelijk mannetjes over te krijgen. Stel dat je als vuurmannetje loskomt tijdens het spel dan mag je nog proberen overlopen. Nadien wisselen de groepen van rol.

Kaarsje blussen

Te winnen: lucifers of aansteker

Op ongeveer 2 meter afstand van de leden staan 10 (elke groep 5) brandende theelichtjes. De leden krijgen allemaal 5 opvulbare waterspuitjes en een emmer. Het team dat als eerste al zijn kaarsjes uitdooft met behulp van de waterstraal, wint.

Vuuuuuuur-spel

Te winnen: vuurschaal of lucifers

De leden staan allemaal op een rijtje. Elk om de beurt mag een lid beginnen lopen op een rechte lijn, zo ver mogelijk weg van de groep. Terwijl een persoon loopt, roept hij of zij ‘vuuuuuuuuuuur’. Als de adem op is, moet de persoon stoppen met lopen. De persoon die het verste is geraakt, wint.

Hout en aansteker                                                                               

Te winnen: hout of karton

Iedereen staat geblinddoekt in een veld, want zonder vuur zie je niks in de donker. Van elk team wordt 1 iemand in het geniep aangeduid als aansteker, de rest is allemaal hout. Iedereen loopt rond in het kleine veld. Als hout tegen hout loopt gebeurt er niks. Als hout tegen vuur loopt dan roept vuur: ‘you are on fire’ of ’burn’. Op dat moment is de houtblok opgebrand en komt die uit het veld. Het spel gaat verder totdat er slechts één houtblok overschiet of alle houtblokken van hetzelfde team zijn.

Brandweerman                                                                       

Te winnen: Krantenpapier of karton

Als er brand uitbreekt, zal je ook mensen in veiligheid moeten dragen, net zoals een echte brandweerman. Het doel van het spel is om het terrein over te steken en daarbij zo weinig mogelijk lichaamsdelen te gebruiken. Stel: er zijn 10 leden per groep, dan mag je in het begin gebruik maken van 20 benen en 20 armen, daarna bouw je steeds af. Bijvoorbeeld naar 16 armen en 16 benen. De groep die uiteindelijk over kan lopen met het minste armen en benen op de grond, wint.

Speleinde

Na de opdrachten mogen de twee teams een vuurtje maken onder het touw. Het team waarbij het touw als eerst doorbrandt, wint.

Variant

Verzamel ingrediënten om pannenkoeken te maken in plaats van materialen om een vuurtje te maken. De leiding maakt op voorhand een vuur. Welk team kan met zijn ingrediënten de lekkerste pannenkoeken maken? De leiding proeft en jureert!

Site by Wieni