Skip to main content

Dossier: Online communicatie kan fysiek contact niet vervangen

Nationaal

15 maart 2021

De coronacrisis heeft weer eens het nut van het internet bewezen. Het is dé manier om vanuit ons kot contact met elkaar te blijven hebben, maar kan het real life contact vervangen? Niet volgens Karen Linten, medewerker bij Mediawijs: “Ondanks de massa aan online communicatie missen we de fysieke contacten.” Ook Niels Van Paemel van Child Focus en KLJ’ster Mirte Forceville verwachten na de coronacrisis opnieuw volle speelpleinen.

“De drang naar communicatie was vroeger niet anders dan nu”, zegt Niels Van Paemel, pedagoog en medewerker bij Child Focus rond online veiligheid en seksuele uitbuiting van minderjarigen. “Ik herinner me nog dat er toen in grote gezinnen ruzie ontstond om toch maar eens te kunnen bellen met de beste vriend of vriendin. Er was namelijk maar één vaste lijn per gezin, de horror!”

“Hoe ouder mensen worden, hoe meer ze gaan communiceren met vrienden en familie”, vertelt Karen Linten, medewerker bij het Vlaams kenniscentrum Mediawijs en +18-lid bij KLJ Balen. “Vanaf het middelbaar hebben ze vooral contact met vrienden via sociale media. Daarnaast gebruiken ze het internet om inspiratie op te doen.”

[Lees verder onder de foto.]

KLJ Zepperen

Phubbing

 

Er zijn voor- en tegenstanders van het internetgebruik van jongeren. Hoe kijken jullie daarnaar?

Karen: “Internet maakt het gemakkelijker om contacten te leggen, zeker voor mensen die daar moeite mee hebben in het echte leven. Maar het kan ons ook asocialer maken, bijvoorbeeld wanneer online contact in de plaats komt van het fysieke. Phubbing is daar een voorbeeld van: daarbij negeer je iemand onbewust tijdens een gesprek in het echte leven omdat je met je smartphone bezig bent.”

Mirte, leidster bij KLJ Tildonk: “We merken dat de +12-leden goed op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren van het internet, maar tegelijk wordt er soms wat lacherig over gedaan. Voor kinderen jonger dan twaalf zijn de gevaren volgens mij groter: we merken dat zij steeds vaker met hun gsm bezig zijn. Op een zondagse activiteit zijn er soms zelfs kinderen van zes of zeven jaar die een gsm meebrengen. Die kinderen moeten vooral oppassen met online communicatie, omdat ze minder goed weten wat gepast is en wat niet.”

Karen: “Daarnaast consumeren jongeren nieuws vooral via sociale media, maar tijdens deze coronacrisis hebben we gemerkt dat zoiets nadelen kan hebben. Ook complottheorieën en fake news over het virus vonden hun weg via sociale media. Zo’n nieuws verspreidde zich zo snel dat jongeren niet altijd mee waren met het echte nieuws. Daarvoor moeten we echt oppassen. Jongeren moeten zeker weten wanneer nieuws betrouwbaar is en wanneer niet.”

“Jongeren durven nu meer te praten over mentaal welzijn, ook via sociale media”

Karen Linten - Mediawijs

Tot nu toe hadden we het vooral over de nadelen van het internet en online media. Maar sociale media hebben ons toch ook door de coronacrisis geholpen?

Karen: “Dankzij digitale technologieën hadden we nog contact met elkaar, dat klopt. Maar het werd ook duidelijk dat het digitale geen vervanging is voor fysieke contacten, want die misten we echt wel. Aan de andere kant heeft het thema mentaal welzijn een boost gekregen op sociale media. Veel jongeren durven nu meer te praten over mentale problemen en posten daarover sneller berichten op platformen als Facebook en Instagram.”

Niels: “Ook al was het bij momenten ellendig, we waren toch in staat om contact te houden met vrienden, klasgenoten en familie. Het afgelopen jaar maakten sociale media ons zeker socialer. Tegelijk ben ik ervan overtuigd dat dat anders zal zijn in een postcoronatijdperk. We beseften meer dan ooit hoe belangrijk het is om elkaar te zien in real life. Ik verwacht dus volle pleintjes, cinema’s en sportclubs wanneer we allemaal gevaccineerd zijn.”

Mirte: “Het internet mag niet de plaats innemen van fysieke contacten en buitenspelen, al kan het soms wel helpen. Tijdens de lockdown hadden ouders door het thuiswerken niet de hele dag de tijd om actief met hun kinderen bezig te zijn. Online alternatieven waren in dat geval wel welkom én begrijpelijk.”

[Lees verder onder de foto.]

KLJ Kleine-Brogel

Sexting en cyberpesten

 

Uit Nederlands onderzoek blijkt dat tijdens de lockdown meer aan sexting werd gedaan. Daarbij delen jongeren pikante beelden van zichzelf met elkaar.

Karen: “Sexting is een manier om intiem te blijven met je lief wanneer je elkaar niet kan zien. Zowel bij jongeren als ouderen was sexting populairder, bleek uit datzelfde onderzoek. Voor sommigen was het een alternatief voor echt contact en zal dat verdwijnen wanneer we elkaar opnieuw kunnen vastpakken. Voor anderen zal sexting een leuke aanvulling blijven op hun relatie.”

Niels: “Op zich is er niets mis met sexting. Het is een normaal onderdeel van de seksuele ontwikkeling van jongeren. Uiteraard zijn er een aantal voorwaarden. Iemand onder druk zetten om beelden te sturen, is nooit oké.”

Mirte: “Ook beelden sturen zonder toestemming van de tegenpartij, is onaanvaardbaar. Afgelopen zomer benaderde een volwassen man een van onze 16-jarige leden. Zijn gedrag was echt ongepast en het was blijkbaar ook niet de eerste keer dat het gebeurde. Natuurlijk waren het lid en zijn vrienden in shock, maar ze hebben zich er zo weinig mogelijk van aangetrokken.”

Waarvoor moeten we toch nog oppassen bij sexting?

Niels: “Het is echt niet oké als de persoon die de beelden in alle vertrouwen ontving, beslist om die te delen met anderen. Dat leidt tot een vertrouwensbreuk met desastreuze gevolgen. Deel daarom enkel beelden met mensen die je volledig vertrouwt. Leer je iemand (online) kennen die je te pas en te onpas om nudes (naaktbeelden, red.) vraagt, terwijl je elkaar eigenlijk niet zo goed kent? Doe het dan niet. De potentiële schade weegt niet op tegen het plezieren van een semi-onbekende. Sexting gebeurt het best in de veilige context van een (vertrouwens)relatie. Twee mensen die elkaar graag zien, daar kunnen we weinig op tegen hebben.”

“Sexting is een normaal onderdeel van de seksuele ontwikkeling van jongeren”

Niels Van Paemel - Child Focus

Er bestaat ook zoiets als cyberpesten. Heeft dat een zwaardere impact dan het klassieke pesten?

Karen: “Tijdens de coronacrisis werd er meer online gepest omdat er geen fysieke mogelijkheden meer waren. Bij het traditionele pesten ben je veilig als je thuis bent, maar dat is bij cyberpesten niet het geval. Je bent dan op geen enkel moment nog gerust.”

Niels: “Online pesters beseffen vaak niet wat ze anderen aandoen door het ‘cockpiteffect’. Volgens de Oostenrijkse psycholoog Konrad Lorenz hadden gevechtspiloten tijdens de Tweede Wereldoorlog opmerkelijk minder emotionele moeilijkheden bij het aanvallen van de vijand dan grondsoldaten. In tegenstelling tot gevechtspiloten moesten soldaten op het oorlogsterrein het leed dat ze aanrichtten van dichtbij aanschouwen en zagen ze hun slachtoffers lijden. De ruimtelijke scheiding tussen piloten – die zich in de cockpit op grote afstand van het oorlogsterrein bevinden – en hun slachtoffers maken het gemakkelijker om schade te berokkenen. Uit focusgroepen met daders van cyberpesten blijkt dat bij pesters een soortgelijk effect kan optreden. Cyberpesters voelen zich veilig achter een schermpje.”

[Lees verder onder de foto.]

KLJ Linde

Rol in de jeugdbeweging

 

Kan de leiding van een jeugdbeweging haar leden online begeleiden?

Niels: “De leiding kan een belangrijke rol spelen. Het is aan hen om de dingen die leven bij jongeren bespreekbaar te maken – van rookgedrag en seksualiteit tot emotioneel en mentaal welbevinden. Ze moeten geen enkel thema uit de weg gaan. Laat ze hun zesde zintuig gebruiken om echt te communiceren en te connecteren.”

Karen: “Leid(st)ers hebben een rol als entertainer én als vertrouwenspersoon. Het is dus belangrijk dat ze open staan voor wat leden te vertellen hebben en dat ze willen luisteren. Als leden bijvoorbeeld fake news verkondingen, dan kan de leiding daar iets over zeggen of kritische vragen stellen. Ze mogen zeker geen hulplijn worden, maar de leiding kan de leden wel doorverwijzen naar centra, zoals jongerentelefoon Awel. En als er een moeilijke situatie is, dan kan de leiding altijd hulp vragen aan de medewerkers van KLJ.”

“Het internet mag niet de plaats innemen van fysieke contacten en buitenspelen”

Mirte Forceville - KLJ Tildonk

Heeft het digitale een plaats binnen een jeugdbeweging?

Karen: “De leiding zou de verschillende soorten van mediagebruik kunnen stimuleren. Als de hele groep bijvoorbeeld actief is op TikTok, dan kunnen ze een TikTok-dansje maken. Ze kunnen media perfect creatief inzetten. Er zijn zeer leuke digitale activiteiten – op de KLJ-website staan een paar mooie voorbeelden.”

Mirte: “We hebben tijdens de lockdown online activiteiten georganiseerd, maar daar kwam weinig reactie op. Dat kwam misschien omdat jongeren al een hele dag achter de computer moesten doorbrengen voor school. Voor fysieke activiteiten hanteren we een verbod op smartphones en op kamp mogen enkel de +12-jarigen ze meenemen. Het is niet de bedoeling dat ze dan bellen, maar berichtjes sturen kan wel.”

Niels: “Naar de jeugdbeweging gaan is de ideale postlockdown-bezigheid voor jongeren. Eindelijk opnieuw samen sociaal zijn. De smartphone kan eventueel betrokken worden in het spel, maar laten we vooral eerst opnieuw samen vuil worden en ravotten, zonder schermpjes.”

 

Tekst: Igor Bulcke / Foto: Lise De Maerteleire

Jouw verhaal in de Hélaba?

Ben jij ook altijd onder de indruk van die verhalen die we in de Hélaba neerpennen? En denk jij bij het lezen aan een straf verhaal dat je graag met alle KLJ’ers deelt? Laat het ons weten!

Deel je verhaal