Skip to main content

LGBTQ+

Lesbisch, homo, bi, of daarop een variatie: dat is geen probleem bij KLJ. Of beter: zorg voor een KLJ-cultuur waarin dat geen probleem is. Hoe? We geven enkele tips.
 

Lesbisch, homo, bi, of daarop een variatie: dat is geen probleem bij KLJ. Of beter: zorg voor een KLJ-cultuur waarin dat geen probleem is. Hoe? We geven enkele tips.
 

LGBTQ+?

Tegenwoordig spreken we niet enkel meer over het onderscheid homo’s, lesbiennes en hetero’s, maar wordt het ruimer gezien. Sinds enkele jaren spreken we over LGBTQIA+ ten opzichte van hetero’s

  • L: staat voor lesbian, een lesbische (homoseksuele) vrouw.
  • G: staat voor gay, een homoseksuele man.
  • B: staat voor bisexual, een biseksueel persoon die op mannen en vrouwen valt.
  • T: staat voor transgender, een persoon die zich niet (helemaal) thuis voelt in hun lichaam met bijbehorende geslachtskenmerken. Het kan voelen alsof ze in het 'verkeerde' lichaam geboren zijn. Soms kiezen mensen ervoor om een geslachtsverandering te ondergaan.
  • Q: staat voor queer of voor questioning. Mensen die hun seksuele voorkeur liever niet in een hokje plaatsen.
  • I: staat voor interseksueel. Dat wil zeggen dat iemand zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken heeft
  • A: staat voor aseksualiteit. Dat gaat niet over het eigen geslacht, maar slaat erop dat ze weinig tot geen behoefte hebben aan seks.
  • +: staat voor andere, moest iemand zich niet kunnen identificeren met bovenstaande letters.

De genderkoek toont je op een zeer duidelijke manier hoe al die verschillende aspecten van je gender en seksuele identiteit in elkaar zitten.

Welke uitdagingen zijn er voor jongeren?

  • De zoektocht naar hun eigen geaardheid.
  • In contact komen met anderen die dezelfde seksuele voorkeuren hebben.
  • Zich aanvaard voelen door de anderen.

Ook veel sterktes

  • LGBTQ+-jongeren beoordelen anderen minder en plaatsen ze minder in hokjes. 
  • Vaak hebben ze meer mensenkennis.

Welke uitdagingen zijn er voor je afdeling?

  • Hoe laat je het lid zich aanvaard voelen?
  • Hoe kan je klaarstaan als het lid nog met zichzelf worstelt? 
  • Hoe kan je de anderen voldoende informeren zodat zij aanvaarden dat iemand zich anders voelt of niet goed weet hoe die zich voelt?
  • Hoe spreek je een persoon juist aan die in transitie is of die er mannelijker/vrouwelijker uitziet?
  • Hoe maak je bespreekbaar waar iemand wil slapen/ zich omkleden en hoe zorg je ervoor dat het als veilig wordt gezien door zowel de groep als het individu? 
  • Probeer niet in stereotypen te spreken, bijvoorbeeld:
    • Stoere ridder red de prinses, dat kan ook een stoere meid zijn.
    • Jongens mogen niet wenen, want dat is voor meisjes.

In het spel

  • Maak kennis met je leden. Zij zijn de specialisten. Betrek hen ook in het zoeken naar oplossingen voor mogelijke uitdagingen.
  • Bespreek met het lid hoe die hier tegenover staat.
  • Grijp in als er stereotypes de kop opsteken die het lid kunnen kwetsen.
  • Let op als je groepen verdeelt per geslacht. Zo kan een LGBTQ+-persoon verward zijn en misschien niet weten bij welke groep die zich moet plaatsen. Hetzelfde geldt als je kamers op kamp of weekend indeelt of bij activiteiten waar jongens en meisjes zich moeten omkleden.

Extra info? Kijk hier!