Skip to main content

Jonge vluchtelingen

In Europa zijn er al een aantal jaren heel wat mensen op de vlucht. Vaak zitten hier ook kinderen en jongeren tussen die, in hun jonge leven, al heel wat meegemaakt hebben. Die kinderen en jongeren hebben nood aan sociale contacten en vrije tijd. Er is daar geen betere plek voor, dan de lokale jeugdbeweging.

In Europa zijn er al een aantal jaren heel wat mensen op de vlucht. Vaak zitten hier ook kinderen en jongeren tussen die, in hun jonge leven, al heel wat meegemaakt hebben. Die kinderen en jongeren hebben nood aan sociale contacten en vrije tijd. Er is daar geen betere plek voor, dan de lokale jeugdbeweging.

Hoe kan je KLJ jonge vluchtelingen helpen?

KLJ wil een veilige omgeving zijn waar iedereen welkom is, waar iedereen zichzelf mag zijn, waar alles in het teken staat van dingen ontdekken en waar je anderen leert kennen d.m.v. spel. Kortom: een plaats waar je alles even kan vergeten.

We weten dat zoiets makkelijk gezegd is, maar dat de realiteit toch veel anders is. Er zijn drempels waar je als afdeling en als nieuwkomer op botst. Daarom geven we een aantal tips die je kan gebruiken om drempels te verlagen en jezelf als leiding comfortabel te voelen binnen situaties die niet zo voor de hand liggend zijn binnen je (huidige) dagdagelijkse werking.

Hoe kan je jonge vluchtelingen betrekken?

Er zijn heel wat organisaties in je gemeente die vluchtelingen ondersteunen en helpen om hun weg te vinden in onze samenleving. Wil je KLJ-afdeling iets voor hen betekenen, ga dan eens langs bij het OCMW, het lokaal opvangcentrum, OKAN-klassen, de jeugddienst, … Zij kunnen je zeker verder helpen en zullen blij zijn met de hulp.

Wil je jonge vluchtelingen inschrijven in je werking, dan kan dat zeker. Het enige wat je nodig hebt is de naam, de geboortedatum en het adres van de verblijfplaats.

Hoe laat je jonge vluchtelingen zich welkom voelen in je KLJ?

Om kinderen zich thuis te laten voelen, is het belangrijk dat je ze het gevoel geeft dat ze welkom zijn. Je moet ze een plek geven waar ze zich veilig voelen en waar iedereen gelijk is. Er zijn een aantal dingen waar je als leiding rekening mee kan houden. We geven je enkele tips. 

Hoe geef ik een speluitleg voor anderstaligen?

  • Gebruik eenvoudige woorden als een een spel uitlegt. Articuleer en zorg dat je luid genoeg spreekt. Wees je ervan bewust dat je gebruikelijke woordenschat voor anderstaligen niet vanzelfsprekend is.
  • Spreek signalen af en gebruik ze consequent. Bijvoorbeeld: fluiten betekent dat het spel gedaan is.
  • Herhaal je uitleg wanneer het niet helemaal duidelijk is, maar overdrijf er niet in. Kinderen leren namelijk al doende. Speel daarom het spel en kijk hoe het loopt.
  • Doe het spel eens voor en leg het uit met veel gebaren.
  • Controleer na je speluitleg of iedereen het snapt. Je kan het rechtstreeks vragen, maar zorg er steeds voor dat niemand zich hoeft te schamen. Ook via oogcontact kan je makkelijk afleiden of iedereen mee is.
  • Geef de speluitleg eventueel in kleinere groepen. De kans om afgeleid te worden is kleiner, de drempel om iets te vragen is kleiner en je kan sneller zien of ze mee zijn.
  • Misschien is het Nederlands van een anderstalige wat beter. Je kan die jongere laten vertalen voor de rest. Hou er rekening mee dat deze kinderen wel vaker moeten vertalen. Vraag telkens of ze het willen doen.
  • Beelden zeggen vaak meer dan woorden, maak dus eens gebruik van pictogrammen, tekeningen of een wijsboekje (hier vind je een voorbeeld, gemaakt door de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk).
  • Baken je terrein af als je een spel speelt. Op die manier is het voor je leden duidelijk zichtbaar en makkelijker te begrijpen waar je niet voorbij mag. Gebruik kegels, lint, of ga er (wanneer het een klein terrein is) zelf staan.

Wil je meer info over speluitleg bij anderstaligen? Ga dan zeker een kijkje nemen op de website van Wereldspelers, een project van Tumult vzw. Zij geven 10 tips om een spel uit te leggen aan anderstaligen.

Zo ga je om met kinderen en jongeren met een vluchtverleden

  • Zorg dat de kinderen en jongeren een vertrouwensfiguur hebben. Iemand waarbij ze terecht kunnen met vragen of wanneer het even moeilijk wordt. Zorg dat ze zich begrepen voelen, luister naar hen.
    TIP: stel niet actief vragen over iemands vluchtverhaal. Meestal moeten ze er op andere plaatsen al over vertellen. Soms kan het voor hen fijn zijn om dat eens niet te moeten doen. Daarnaast kan het spreken over zulke dingen traumatische belevingen triggeren. Wanneer kinderen wel nood hebben om erover te praten en initiatief nemen, is het de bedoeling dat je luistert en actief doorvraagt. Hou hierbij rekening met je eigen grenzen.
  • Hou rekening met de situatie waar vluchtelingenkinderen vandaan komen. Schrikdroppings, oorlogsspelletjes, overnachten in tenten, … kunnen slechte herinneringen naar boven brengen. Met een andere, gepaste inkleding kan je al ver komen.
  • Communiceren doe je best met een contactpersoon van het opvangcentrum en van de sociale dienst van het OCMW. Maar wanneer het kan, is het altijd fijn om ook de ouders te betrekken.
  • Vergeet nooit dat kinderen met een vluchtverleden gewoon kinderen zijn die willen spelen en ontdekken, zoals alle andere kinderen. Ze hebben gewoon heel uitzonderlijke dingen meegemaakt.

Enkele interessante bronnen die je kan gebruiken.