In de christelijke traditie is Pasen het belangrijkste liturgische feest. Op Goede Vrijdag wordt het lijden en de kruisdood van Jezus herdacht en met Pasen wordt Zijn verrijzenis gevierd.
Na de kruisiging (Goede Vrijdag) is Jezus begraven in een graf dat Jozef van Arimatea voor hem heeft gekocht. Het rotsgraf is afgesloten met een zware steen en wordt bewaakt door Romeinse soldaten, uit angst dat mensen het dode lichaam meenemen. De zaterdag (sabbat) een dag van rouw (Stille Zaterdag).
Op de ochtend van de derde dag, wanneer drie vrouwen uit de groep rond Jezus hem willen balsemen, treffen zij het graf leeg aan. De steen is weggerold, in het graf liggen alleen nog wat windsels. Jezus is niet bij de doden, wie Jezus wil vinden moet bij de levenden zijn. Zoals hij zelf altijd al had voorzegd. Sinds die dag is Jezus vele malen gezien, verschenen, en geloven mensen: Jezus is niet dood, hij leeft.
Het christelijke paasfeest vindt zijn wortels in de joodse cultuur. Het joodse paasfeest is ontstaan uit de samensmelting van twee afzonderlijke (lente)feesten: Pesach (Pasen) en het feest van de ongezuurde (ongedesemde) broden. In de tijd van Jezus waren beide feesten allang met elkaar versmolten. Dit feest vierden Jezus en zijn volgelingen op de dag van het laatste avondmaal (Witte Donderdag).
Het joodse paasfeest en ook het christelijke paasfeest wordt niet voor niets in de lente gevierd. Ieder mens ervaart in de lente de vreugdevolle overgang van donker naar licht, van (schijnbaar) dood naar nieuw leven. Maar beide feesten hebben een diepere betekenis dan alleen het natuurlijke gegeven. Joden vieren dat JHWH de kinderen van Israël uit de slavernij van Egypte bevrijdt, en door de woestijn naar het land van belofte leidt. Uit het duister naar het licht, van de dood naar nieuw leven.
Datzelfde bevrijdende gegeven, van dood naar nieuw leven, wordt door christenen gevierd met Pasen.
Pasen is niet alleen een verhaal van een persoon die 2000 jaar geleden leefde, het drukt ook de existentiële situatie van ieder mens uit die lijdt - door ziekte, verlies of andere crises - en door het lijden heen nieuwe kracht en perspectief vindt om verder te gaan, een nieuw begin te maken; een rouwproces doormaakt.
Weetje: Het Paasfeest begint volgens de christelijke kalender op de eerste zondag na de volle maan vanaf het begin van de lente. Daardoor kan het christelijke paasfeest in een periode van 35 dagen vallen, meer bepaald van 22 maart tot 25 april (beide data inbegrepen).
Tip:
- Waarom eens niet een pakje paaseieren langsbrengen bij de zieken uit je parochie?
- Maak een mooie paasboom met je leden.
- Hou een kort groepsgesprek met je oudste leden: in welke zin leeft Jezus nog voor mij?